
minnaresen lichtend tussen dag en nacht
problemen hoopvol uitgepraat
dát is Dromenvanger

minnaresen lichtend tussen dag en nacht
problemen hoopvol uitgepraat
dát is Dromenvanger
Ook in pixels
lijk je prachtig
en verveel je
geen minuut. Uren
praten, soms ook
niet. Elke keer
geniet ik weer.
Kus mijn angsten
weg en hou
mij stevig vast.
Dan zal ik
voor eeuwig van
je houden. Dromen
naast jou is
niet nodig want:
jij bent er.
Dit was niet gepland. Maar planning is saai en dat wil ik niet zijn, dus hier gaan we.
Een kus waarvan ik niet goed weet waar die begon. Ik sliep, net als jij. Minder vast, maar toch meer daar waar dromen leven dan aan de overkant waar wakker gevierd wordt.
Een droom die onbewust plots waarheid werd.
En nu? Wie kan het zeggen?
Zolang we eerlijk blijven komt alles goed. Dat kan ik je beloven zonder dat ik daarvoor eerst de maan moet stelen. Niemand die deze zin snapt behalve jij. Dat volstaat. Ik weet wie jij bent en jij kent me bijna beter dan ik mezelf ken.
Geheimen durven we delen.
Dan vraag je of ik een romantische ziel ben. Vooral in dromen en gedachten moet ik toegeven. Of ik er echt zo goed in ben weet ik niet. Mijn talent om op de meest ongepaste momenten te lachen of te grappen staat vaak in de weg.
Maar fantaseren gaat me wel goed af. Als we nu eens samen vluchten naar ik-weet-niet-waar en ginder voor altijd blijven en tjah, ‘t is crisis en dus geen werk vinden en dan maar zwerver worden maar we zouden toch samen zijn. Niet? En ondertussen elkaar heel graag blijven zien. Voor altijd of iets dat er op lijkt. En als we elkaar ooit niet meer graag zien dan mag jij terugkeren en succesvol worden en jouw leven leiden. Ik blijf ergens in een goot liggen, want ik zou immers gefaald hebben. Zo is dat.
Dromen die niet kunnen maar hun basis is gebouwd op diepe wensen. Samenzijn. Misschien is vluchten en daardoor zwerven helemaal niet nodig. Houden van kan ook hier, waar dat ook is.
Laat me in katzwijm vallen door je schoonheid, die enkel ik kan zien, want ik kijk verder dan wat mijn ogen waarnemen. Naast jouw gewone schoonheid die iedereen kan zien ben je zoveel meer. Beweren dat enkel het innerlijk telt doe ik niet maar de combinatie van beide maakt je perfect. Want jij ziet ook wat ik voel.
Bijt op mijn lip, zwoel als alleen jij dat kunt. Dan hoef ik het niet doen en kan ik spreken en leven. Mezelf zijn.
Voelen is gek maar heerlijk. Soms zeg je niets en knik ik instemmend. Ik weet wat je bedoelt. Ik zwijg door stress en jij begrijpt dat. Morgen vertel ik immers alles en meer. Luisteren en troost, liefde en begrip. Nu eens jij dan weer ik, als het nodig is. Ik durf te beloven en vrees geen toekomst.
Jouw ogen worden door mij gevonden en ik verdrink in een zee van prachtig. Jouw zachte aanraking vist me weer op en ik weet dat ik gered ben. Ik streel je wang en kus je hals. Ik kriebel want te-lui-om-te-scheren is een eigenschap van me. Je huivert, maar geniet.
Niets van dit alles was gepland maar ik voel geen spijt. Ook geen angst.
Enkel geluk en verlangen.
Muziek heelt durft men wel eens te beweren. Dat is deels waar. Muziek maakt erg veel los. Dat kan positief zijn, maar evengoed negatief.
Just labeled mentally deranged
Soms herken je je erg goed in een nummer of tekst. Bij mij was dit Welcome Home (Sanitarium) van Metallica. Een nummer dat niet enkel vrij goed is qua opbouw en enkele behoorlijke riffs bevat, maar ook een lied met een tekst die ik erg persoonlijk kon invullen.
Sleep my friend and you will see
The dream is my reality
They keep me locked up in this cage
Can’t they see it’s why my brain says “rage”
Ik was gevangen in mijn eigen kooi van angsten, tranen en zwarte gedachten. Slapen, dromen, wakker zijn. Niets kon me meer schelen. Er was geen enkel verschil.
Elke nacht huilde ik me in slaap in de hoop niet meer wakker te worden om dan een paar uur later teleurgesteld toch weer te ontwaken. Totaal onvoorbereid maar toch verplicht zette ik weer mijn vrolijke masker op. “Alles gaat goed met me!” maar vanbinnen bloedde en schreeuwde en huilde ik.
Sanitarium, leave me be
Sanitarium, just leave me alone
“Laat me met rust. Ik heb geen hulp nodig. Alles gaat goed” probeerde ik iedereen wijs te maken. De waarheid zag er anders uit. Ik was bang mensen pijn te doen. Daarom duwde ik ze weg. Daardoor bracht ik nog meer pijn. Maar ik wou alles alleen oplossen. Mijn probleem, daar wilde ik niemand anders mee belasten. Integendeel, ik begon me meer en meer de problemen van anderen aan te trekken. Als ik anderen help is er met mij niets aan de hand, zo pretendeerde ik. Maar hun problemen en pijn werden deel van het mijne waardoor ik alsmaar dieper in een put wegzonk.
Ik zocht redenen om de pijn voor mezelf en anderen te verbergen en te verlichten. Ik was fout. Het spijt me.
Ik heb hulp nodig. Nu ik die durf aanvaarden komt alles goed.
Ik leer weer mezelf zijn. Wie mij zo niet wil kan vertrekken. Onlangs begon ik weer te merken hoe fijn het was om weer mezelf te zijn. Geen masker. Voor het eerst in jaren kon ik weer genieten van wie ik ben. (bedankt ouders, broers, vrienden, Ine. Jullie hebben me veel geleerd)
Mirrors stare back hard
Kill is such a friendly world
Seems the only way
For reaching out again
Spiegels maken me niet langer bang. Ik kijk en zie mezelf staan zonder dat ik hoef weg te kijken. Ik durf zelfs terugkijken. Ik ben tevreden met wat ik zie. Ik leer mezelf aanvaarden.
Nu besef ik dat de dood niet de enige uitweg is voor wat mijn probleem ook mag zijn. Ik ben de ontsnapping, maar niet meer alleen. De mensen die mij hierbij helpen weten wie ze zijn en dat ik ze graag zie. Ik sta nog maar aan het begin van een lange weg, maar de eerste moeilijke stappen zijn gezet.
Ik wil nooit meer terug naar het “sanitarium”. Ik hoop nooit meer op dezelfde manier naar het nummer te luisteren en me al zeker nooit meer zo te voelen. Mijn kooi zal doorbroken worden. En ik zal leven en liefhebben!
In mijn fort met kussens lijkt het veilig. Hier hoef ik niet bang te zijn voor wat buiten is. Maar toch vind ik geen rust.
Slapen heeft geen nut, tenzij voor eeuwig.
Ik ben een ruïne, slechts momenten van verval verwijderd. Een zielige schim uit het verleden.
Buiten is het donker en koud. Ook bij mij vanbinnen. Ik ben leeg en op.
Red mij nu, dan kan ik vergeten worden. En ben ik niemand meer tot last.
Ik vlucht, maar kan niet weglopen. Ik ben bang van mezelf. Monsters en stemmen schreeuwen in mijn hoofd. Ik weiger te luisteren.
Maar hoe lang hou ik dit nog vol?
Kijk niet! Ga!
Vlucht, want ik kan het niet.
Hou niet van mij, want ik breng enkel pijn.
“‘En dan komt het Koninkrijk!’ prevelde ze.
‘Hoe eerder, hoe beter,’ hoorde ze ergens iemand zeggen.”
- Haruki Murakami (1Q84 – boek een)
Soms durf ik weer te dromen.
Om naast je wakker te worden. Een arm om je heen.
Naar je prachtige, nu nog gesloten, ogen kijken.
Ik geef je geen kus uit vrees je wakker te maken.
Ik sluip de kamer uit. De dag lijkt langzaam te beginnen.
Ook jij wordt wakker. Je ogen onthullen hun volle pracht.
Bijna naakt loop je rond in huis en vraagt me waar ik het brood bewaar.
Lachend kijk je toe hoe ik koffiebonen maal ook al drink jij niet mee.
Ik kocht tenslotte ook Cécémel voor jou.
Ik voel een kus in mijn nek en hoor je fluisteren dat ik toch maar raar ben.
Lief bedoeld natuurlijk. Elkaar kwetsen doen we niet.
Liefde en affectie schijnt dat te heten, en dat vroeg je. Ik ook.
Ik glimlach net als altijd wat verlegen, maar jij lacht wel terug.
Een zachte lange kus doet dienst als extra goedemorgen.
Slapen hoeft niet meer.
Ik wil dromen als ik wakker ben.
Frisse lucht en bijna kale bomen. Geen duiven in de buurt. Ik zit hier niet slecht. De herfstzon doet me zelf even mijn lichte hoofdpijn vergeten. Ik sla mijn boek open.
Volgens de achterflap daalt in dit boek Dostojewski opnieuw af in de spelonken van de menselijke ziel. Respect! Zoiets wil ik ook wel kunnen.
Er staat ook iets over liefde. Daarover wil ik ook meer weten.
Missen is niet het juiste woord. Daarvoor ken ik je niet genoeg. Denk ik.
Maar toch wil ik je graag zien.
Arsenal op mijn oude mp3-speler. Zelfs als zingen ze soms in het Engels, nu let ik niet de tekst. Vandaag heb ik genoeg aan muziek alleen.
Kinderen spelen. Wie beweerde dat ze dat niet meer deden? Ik dacht ook scouts te zien. Scouts stinkt, Chiro blinkt; mompel ik. Wat kan mij het schelen.
Er zijn ook oude mensen. Ik ben bang dat ze me zullen slaan of porren met hun wandelstok. Dat lijkt me iets wat oude mensen doen. Er zijn ook honden. Die boezemen me geen angst in. Honden zijn doorgaans sympathieker dan de meeste mensen.
Iets drinken.
En dan later ook een film. Soms steel ik mooie zinnen uit liedjes.
Als ik je nu zag zou ik je willen kussen. Maar ook als ik je pas later zie, zal ik dat nog steeds willen.
Mademoiselle Blanche logeert ook in ons hotel.
Ik weet niet wie dat is, maar ik maak me geen zorgen. Op pagina 7 hoef je nog niet iedereen te kennen.
Mensen kijken raar naar me. Blijkbaar dienen parken enkel om te wandelen en te fietsen. Hang dan toch een bordje. ‘Lezen en schrijven verboden’. Past perfect tussen ‘Elk kakje hoort in een zakje’ en ‘Sluikstorten verboden’.
Ik denk. Wat zou mijn poging opleveren? Een kus terug? Of een uitlach-bui?
Misschien zelfs een klets in mijn gezicht… Maar de minieme kans op optie 1 zou mijn poging sowieso de moeite waard maken.
Onlangs had ik een discussie met iemand over het woord sowieso. Je zegt z maar schrijft s. Ik werd niet geloofd. Waarschijnlijk ook daardoor dat ik sokken niet met zachte s mocht uitspreken. Ik ging er niet verder op door. Iemand anders was tenslotte met naalden in mij aan het prikken. Ook stilzitten vraagt concentratie.
Morgen? Volgend weekend? Of staat mijn naam op die ene blauwe maandag in je agenda?
Misschien moeten nog iets afspreken? Om het makkelijker te maken. Denk en droom terug. Kus terug. Alsjeblieft?
Yes! 45 punten!
18 jaar: tattoo’s zijn best wel cool. Ooit wil ik er ook wel een, misschien.
21 jaar: The Hitchhikers Guide to the Galaxy voor de eerste keer gelezen. 42! Wauw!
23 jaar: Knoop doorgehakt. Een combinatie van de twee bovenstaande wordt het.
Maar dan begint het denken pas. Wat, hoe, waar? Meer denken: wie ben ik? Waar hou ik van? Wat interesseert mij?
Ik werk met data en het internet. Binair.
Ik klooi nu en dan wat met tekst. Ook met websites. Allebei tot ASCII te herleiden.
Ik hou van computers, en al een hele tijd. 8bit is wel op zijn plaats.
Fonts zoeken. Honderden keren 0011010000110010 typen. Gekozen. Done.
Verder is 42 voor mij ook veel meer dan een verwijzing naar h2g2.
The Anwer To The Ultimate Question Of Life, The Universe And Everything.
Geniaal. Maar wat betekent het? Ook in de boeken hebben ze geen idee.
Net dat maakt het zo’n mooi getal in mijn ogen. Soms heb je de vraag. Soms heb je het antwoord. Soms heb je geen idee wat een van beide betekent.
Dat maakt het net zo sterk. Je weet niet altijd het antwoord op alles, of wat iets betekent.
Maar dat geeft niet. Zolang je blijft zoeken. Zolang je niet opgeeft.
42 is niet enkel het antwoord, maar ook de weg er naar toe.
42. Nu op mijn arm vereeuwigd. Niet enkel in inkt, maar ook als wie ik ben.
Soms denk ik wel eens aan je. Allesbehalve constant, maar nu en dan wandel je mijn hoofd binnen met heinneringen die we misschien ooit kunnen beleven. Heel waarschijnlijk niet.
Maar ergens in mij woont een kleine naïeve romantische ziel die kan hopen. Die jou brieven wil schrijven met zelfgetekende giraffen.
Vannacht dacht ik niet enkel aan je maar was je ook in mijn droom aanwezig. We wandelden in een mij onbekend park. Er was ook water. Er werd gepraat. Ook door mij.
Het licht van de winterzon deed je ogen nog prachtiger dan anders oplichten. Er werd gezwegen. Ook door mij. Ik keek. In die ogen. Ik kuste je. Een fractie van een seconde later wist ik zeker dat het een droom was want jij kuste terug.
Ik werd wakker. Alleen. Maar ook eenzaam.
In gedachten kan ik creëren. Mooi en lelijk kent geen geheimen voor me. Ik kan er zingen, schrijven en tekenen.
Ik ben een neger die bij volle maan een kruispunt zoekt om er gitaar te spelen. Ik verkoop mijn ziel voor de blues. Tuig met een pen die vreemde woordconstructies op gelijnd papier zet. Gewapend met een potlood zorg ik met een paar lijnen voor landschappen en gezichten op mijn blad.
Enkel in gedachten…
In gedachten weet ik wat ik denk en voel. Spoken in mijn hoofd zijn er afgelijnd en duidelijk te zien.
Ik weet wat ik moet zeggen en doen. Mijn gedachten hebben meer weg van het hier en nu dat ik wil dan de werkelijkheid. Mijn gedachten zijn een wereld op zich. Één waar ik wel wel in je ogen durf kijken in plaats van naar het raam achter je. Daar ben ik niet bang om te tonen wat mijn ogen willen zeggen, weten en vragen.
Enkel in gedachten…
Uit mijn gedachten word ik wakker en ik hap naar adem. Ik veeg het zweet van mijn voorhoofd want ik verliet mijn wereld.
Mijn pen maakt vlekken en de muziek in mijn hoofd verjaagt zelfs kraaien. Potloodlijnen worden nimmer herkend. Wat zich in mijn hoofd afspeelt is weer wazig en doorzichtig. Kippenvel door irrationele kleine angsten en onzekerheden.
Enkel in gedachten…
durf ik te verdwalen.